Recensies

  1. Recensie Mira | Een opsomming van tekortkomingen

    Recensie Mira | Een opsomming van tekortkomingen

    Weinig woorden, maar precies de goede woorden, gebruikt Ine Boermans om haar verhaal te vertellen. Een opsomming van tekortkomingen is zo raak geschreven dat je de woorden bijna van de pagina wil oplepelen, zo mooi. In korte hoofdstukjes waarin gesprekken met een therapeut worden afgewisseld met brieven aan een overleden moeder en verhalende stukken over een jong meisje dat dan weer bij moeder, dan weer bij vader woont, doet de schrijfster haar verhaal uit de doeken. Een wat ongewone jeugd heeft Lot, met een narcistische vader die haar in huis haalt maar haar daar eigenlijk niet wil hebben.

    Dit debuut is vooral ongelooflijk geestig. Een kassière adviseert: ’Ik raad je aan om de spruitjes weg te gooien en de wijn rechtstreeks in je mond en niet in de kaasfondue te gieten. Dat is zonde.’ De therapeut, die er overigens bijzondere gesprekstechnieken op nahoudt, stelt vrij snel na hun eerste afspraak vast dat Lot veel empathie heeft, ‘maar ook weer niet zoveel dat je denkt: wow dat is echt veel.’ Geestig dus, dit boek, en tegelijkertijd een mooi, lief klein eerbetoon van een ‘lievelingsdochter’ aan een moeder.

    Lees meer »
  2. Recensie De belofte door Riet De Jong - Goossens

    Recensie De belofte door Riet De Jong - Goossens

    DE BELOFTE

     

    Damon Galgut

     

    Damon Galgut is een Afrikaanse, Engelstalige schrijver die een prachtige, maar keiharde roman heeft geschreven. Het verhaal begint in de periode vóór de afschaffing van de apartheid en duurt tot een aantal jaren erna. Een kritieke tijd. Zoals zoveel afstammelingen van Europeanen zijn de hoofdpersonen boeren met een enorm bezit aan grond. En zoals gewoonlijk is hun personeel gevestigd om en nabij de boerenwoning in vaak bouwvallige huisjes die bij het bedrijf horen. Zwart personeel uiteraard. Ook heel gewoon in die tijd.

    In dit geval gaat het om een boer, zijn vrouw en drie volwassen kinderen.

    Galgut heeft een ongewone maar heel effectieve opzet gekozen voor zijn roman. Hij heeft het verhaal in vier delen opgedeeld: MA, PA, ASTRID, ANTON. Er is nog een tweede dochter, AMOR, die weinig aanwezig is maar op afstand een belangrijke rol speelt. En dan is er nog Salomé, de zich opofferende, hardwerkende huisbediende, om wie uiteindelijk alles draait.

    In ieder deel is de hoofdpersoon de beslissende factor, hoewel hij of zij niet er niet altijd lichamelijk bij is. Of nog leeft. Want de dood is een zeer aanwezig personage. Ook de kerk en zijn bedienaren spelen hun spelletje, met wisselend effect.

    Het is verbazingwekkend hoe de schrijver op vlijmscherpe en soms ironisch toon de gebeurtenissen, ziekte, moord en doodslag, schuld en schijnheiligheid, neerzet. Elk deel heeft een eigen sfeer, en vooral Anton, de tegen alle verwachtingen in volslagen mislukte zoon, is een heel sterke factor.

    Interessant is dat de Afrikaanse geschiedenis niet vergeten wordt: de verkiezingen, de apartheid wordt afgeschaft, het nationale rugbyteam, de Springboks, worden kampioen en krijgen de beker uit handen van Mandela.

    Maar daarmee is het verhaal nog niet ten einde. Dat biedt stof tot nadenken.

    Ook de huidige ontwikkelingen in Zuid-Afrika, de eeuwigdurende agressieve politiek, moord en doodslag, geven dit boek een vorm van realisme mee waaraan niet te ontkomen valt.

    Hoe het ook zij, Damon Galgut heeft er een prachtige roman van gemaakt. Zijn taalgebruik is schitterend en boeit ons Nederlanders van het begin tot het eind. Mede dankzij natuurlijk de knappe vertaling van de vertaler Rob Van der Veer.

     

    Riet de Jong-Goossens

    Nijmegen 21-07-2021

    Lees meer »
  3. Recensie Willem die Madoc maakte | door Riet de Jong

    Recensie Willem die Madoc maakte | door Riet de Jong

    Nico Dros

      

    WILLEM DIE MADOC MAAKTE

     

    Kort geleden verscheen er, wat je kunt noemen, een ridderroman, in de vorm van een soort raamvertelling. De schrijver in en van het verhaal voelt zich te kort gedaan door zijn werkgever, want er is hem een hoogleraarschap door de neus geboord. Dus besluit hij een roman te schrijven met als hoofdpersoon een miskende getalenteerde middeleeuwer, die zich schrap zet en alle tegenslagen overwint.

    De roman speelt zich af eind twaalfde begin dertiende eeuw en voornamelijk in België, in Vlaanderen, in de buurt van Brugge waar een groot klooster staat, Abdij St. Odulfus.  In 1196 vergaat er een schip voor de Vlaamse kust, alle opvarenden verdrinken, behalve een driejarig jongetje dat zich vastklampt aan een bruinvis en door een dorpeling op het strand wordt getrokken. Dat jongetje wordt opgenomen in het klooster, verzorgd en opgevoed. Hij kan nog niet praten, zijn afkomst is onbekend, maar hij heeft de kleding en de uitstraling van een telg van een aanzienlijke familie.

    En dit jongetje, hij krijgt de naam Beda, wordt de centrale figuur in het adembenemende verhaal dat volgt.

    Beda krijgt een uitstekende opleiding in het scriptorium bij pater Arnulfus, wordt kopiïst, maar ontdekt ook dat er in het klooster een zelfkweller en kinderverkrachter rondloopt, namelijk pater Elmus. Deze pater, en het feit dat hij zelf niet tot het christelijk geloof kan komen bepalen zijn leven en dus het dramatische verloop van de roman.

    Het ligt niet in mijn bedoeling dit verloop precies uit de doeken te doen, dat genoegen is aan de lezer. Ik kan alleen zeggen dat ik er zelf enorm van genoten heb, van het Diets waarmee het verhaal is doorspekt, van de talenten van Beda, alias Madoc, alias Willem, van de maatschappelijke ontwikkelingen die hij op gang brengt, van de vrouwen met wie hij het bed deelt, van zijn strenge principes, en uiteindelijk van het slot van het verhaal.

    En van de manier waarop de schrijver met zijn kat op schoot zijn veelbelovende plannen voor erkenning van zijn talenten uit de doeken doet.

    Ik wens u heel veel genoegen met dit boek dat bovendien prachtig is uitgegeven.

     

    Riet de Jong-Goossens

    Lees meer »
  4. Recensie Melancholia door Paul van Tongeren

    Recensie Melancholia door Paul van Tongeren

    Melancholia - Bert Ummelen

    MOOIE MELANCHOLIE

     

    Kortgeleden verscheen een bundel verhalen van een man die weliswaar in zijn leven veel geschreven heeft, maar nog niet eerder fictie publiceerde. De auteur, Bert Ummelen, overleed niet lang na het verschijnen van zijn “eersteling”. De uitgave werd verzorgd door Boekhandel Roelants.

    In het nawoord schrijft de auteur dat hij de verhalen schreef om zichzelf wat afleiding te geven “van het ongerief waar het leven van een kankerpatiënt nu eenmaal vol mee zit.” Zowel de titel van de bundel als de verhalen zelf maken duidelijk dat die afleiding de gedachte aan de dood in ieder geval niet weggenomen heeft. Een mooie melancholie is daarvan het resultaat. Het is bijzonder om te zien hoe de auteur steeds vanuit een ander perspectief lijkt te mijmeren over, of te reflecteren op zijn eigen dood. In het eerste verhaal is het de hoofdfiguur zelf die op het eind van het verhaal zijn dood tegemoet vaart. In het tweede verhaal is de echtgenote van een recent overleden man het hoofdpersonage. Het derde verhaal wordt in de ik-vorm verteld en vertelt over de dood en aftakeling van zijn ouders. Het vierde verhaal gaat over de verhouding van en tussen twee bevriende stellen, en opnieuw duikt daar de thematiek van dood en leven op: de zoektocht van de ene vriend naar zijn overleden vader wordt verbonden met de aanvaarding door de ander van de kinderwens van zijn partner. Het laatste verhaal is een sprookje, “over broer konijn”, en alleen al daardoor anders dan de andere; maar opnieuw speelt de dood een rol en opnieuw is die de keerzijde van een hoopvol nieuw begin.

    De thematiek van dood en leven is dus een terugkerend motief. Dat neemt niet weg dat de verhalen daar niet over gaan. Integendeel – de lezer wordt vergast op mooie observaties, herkenbare mijmeringen, grappige ontmoetingen en verrassende ontwikkelingen. Maar al die afleiding neemt het memento mori niet weg, het geeft er alleen de glimlach bij van een mooie melancholie.

    De verhalen werden gedrukt in een kleine oplage van slechts 115 exemplaren. Die oplage verdient het snel uitverkocht te zijn.

     

    Paul van Tongeren

    Lees meer »
  5. Recensie Riet de Jong | Melancholia - Bert Ummelen

    Recensie Riet de Jong | Melancholia - Bert Ummelen

    Bert Ummelen

    MELANCHOLIA

     

    Onlangs verscheen er een boekje, uitgegeven door Boekhandel Roelants, zo mooi dat het bijzondere aandacht waard is.

    De schrijver van dit werkje is niet bekend als schrijver, en dat is jammer.

    MELANCHOLIA bestaat uit vijf verhalen, die indirect met elkaar te maken hebben. De vijf verhalen vormen samen een cyclus, een levenscyclus en het eerste verhaal kondigt de naderende dood van de schrijver aan. Dus het einde van de cyclus.

    Het is een ik-verhaal. De verteller werkte bij een krant, echter in onze technisch veranderende tijd, waardoor zijn werk, en dus ook hij, overbodig worden en hem een eenvoudig baantje als portier wordt gegeven. Zijn werk weg, zijn vrouw overleden, wat blijft er nog over? Zijn hobby: het water en zijn boot. En hij neemt een beslissing. Hij zoekt het water en de ruimte en besluit daarin te verdwijnen. Naast de titelpagina van dit verhaal ‘Meneer Castelein’ staat een wondermooie tekening.

    In de vier volgende verhalen komt telkens een levensfase aan de orde, waarin weliswaar over een nieuwe fase wordt verteld, maar die aan het eind van het boekje gerelateerd kan worden aan het eerste verhaal.

    In ‘Amerika’ gaat een weduwe bij haar zoon en zijn tweede vrouw logeren in Amerika. Daar gaat het om een totaal andere situatie. Zoals ook in ‘Sprinkhaan’ waar een graatmagere jongen moet opboksen tegen een als baby overleden broertje, en in 'Hiawatha' heerst harmonie hoewel het onderhuids niet lekker zit.

    Het laatste verhaal, het einde van de cyclus, is wel heel bijzonder. Hier speelt Broer Konijn de hoofdrol en de sfeer is als in het middeleeuwse verhaal ‘De Vos Reinaarde.  Humor met onderliggend verdriet. Hartveroverend. ‘Maar ook hartverscheurend.

     

    Alle verhalen worden ingeleid met een prachtige, tedere tekening, waar je als het ware doorheen kijkt. Zowel verhalen als tekeningen hebben het waas van melancholie meegekregen, waardoor de tekst volledig beantwoordt aan de titel.

    Jammer, dat Bert Ummelen de weidsheid van de wateren gaat opzoeken, zonder het Luctor et Emergo in werkelijkheid te beleven.

     

    Met bewondering, Riet de Jong-Goossens.

    Nijmegen, 1 juni 2021.

    U kunt Melancholia hier bestellen.

     

    Lees meer »
  6. Piet Hein van Kempen bespreekt: The Topeka School

    Piet Hein van Kempen bespreekt: The Topeka School

    Ben Lerner, The Topeka School / Leerjaren in Topeka

    Aan het begin van het boek is de dan zeventienjarige hoofdpersoon Adam Gordon de weg in het donker van de nacht kwijt. Die verontrustende situatie is metaforisch voor de situatie waarin de Verenigde Staten zich maatschappelijk bevindt in het Trumptijdperk, wat tevens de tijdsperiode is van waaruit het veellagige verhaal vanuit de verschillende perspectieven van Adam, zijn vader Jonathan en zijn moeder Jane wordt verteld. De meeste gebeurtenissen spelen zich af rond 1996, wanneer Adam als laatstejaars scholier een van de beste op nationale debatwedstrijden is en de liberale psychologen Jonathan en Jane een gespannen huwelijk doormaken en bij de Foundation werken, maar voor hun geschiedenis wordt soms ook terug gereikt naar de jaren vijftig, zestig en tachtig. Daardoor krijgen gebeurtenissen en vooral de psychologie en het intellectualisme van Jonathan en Jane context en verklarende diepgang. Een nog weer andere laag in het boek is dat het een heel scala aan grote thema’s door laat klinken. Het is knap hoe Ben Lerner hetgeen de hoofdpersonen meemaken, voelen en vertellen, weet te gebruiken om kleur en inhoud aan die thema’s te geven. Juist daarmee blijft het boek ook mooi klein.

    Een van de belangrijkste thema’s komt naar voren in de stukken waarin Jane vertelt – in mijn ogen is zij zonder meer de meest interessante figuur in het boek. Uit haar verhaal blijkt niet alleen van kracht en kwetsbaarheid, het laat vooral subtiel zien hoe vaak denigrerend met vrouwen wordt omgegaan en bijvoorbeeld ook hoe het hebben van een succesvolle carrière voor vrouwen in bepaalde opzichten moeilijker is, zowel door de opstelling van mannen als andere vrouwen. Zo zegt haar vriendin Sima: “Jane, you’re making too much of this; we’ve just distanced a little since you’ve become so busy with your career”. Een ander groot thema is de kracht van taal en speech. Deze kunnen prachtig en uitdrukkingen van humaniteit zijn, maar ook ontregelend en onwaarachtig. Zo past een tegenstander van Adam tijdens een debat de zogenoemde “spread” toe: “The key was to be a bully, quick and vicious and ready to spread an interlocutor with insults at the smallest provocation.” Hier is de “spread” uiteraard de metafoor voor het huidige politieke debat in Amerika en wellicht ook daarbuiten, zoals elders in het boek de door de Nazi’s omarmde “World Ice Theory” (“Welteislehre”) het misbruik door regeringsleiders van fake news representeert. Lerner zet de thema’s en de ontwikkeling ervan in de tijd door schilderijen, boeken, films, muziek en bekende personen – zoals Ronald Reagan, Bill Clinton, Bob Dole, de beruchte homoseksuelen hatende familie Phelps, Oprah, Barack Obama en Donald Trump – soepel in het verhaal te verwerken. Gaandeweg zien vooral Jane en Adam in dat het liberalisme in gevaar is en dat het einde van de geschiedenis (Francis Fukuyama; in het boek niet genoemd, maar naar ik aanneem wel bedoeld) verder uit zicht raakt. De slotscenes van het boek – kinderen op een glijbaan en de politie bij een betoging – benadrukken dat sterk.

    The Topeka School is naar mijn idee een goed geschreven en origineel boek. Een boek ook dat tot verder denken uitdaagt, maar dat niet steeds gemakkelijk is. Dat komt niet alleen door de veellagigheid ervan, ook de structuur draagt daaraan bij. Daarnaast valt soms alleen indirect of door passages veel verderop in het boek vast te stellen wanneer een gebeurtenis zich afspeelt. Bovendien wisselt het vertellersperspectief en daarmee de stijl en psychologie van de verteller tussen de hoofdstukken, die grotendeels om en om betrekking hebben op Adam, Jonathan en Jane. Omdat het boek zo rijk is aan thema’s, nodigt het zeer uit tot verdere discussie. Ook daarom beveel ik het aan.

    Piet Hein van Kempen (14 november 2020)

    Lees meer »
  7. Paul van Tongeren recenseert Mijn lieve gunsteling

    Paul van Tongeren recenseert Mijn lieve gunsteling

    Marieke Lucas Rijneveld, Mijn lieve gunsteling

     

    Binnen twee jaar na haar eerste roman, waarmee Marieke Lucas Rijneveld (geb. 1991) als jongste auteur ooit en als eerste Nederlandse auteur de International Booker Prize van 2020 won, heeft ze een tweede grote en grootse roman gepubliceerd. Er is al veel over geschreven – de kritieken zijn opnieuw lovend. Wat kan daaraan worden toegevoegd?

    Het is inderdaad opnieuw een magistrale roman, die de lezer vasthoudt maar tege­lij­ker­tijd ook afstoot; een roman over een liefde die zowel vertederend als huiveringwekkend, wreed en smerig is. Bijna 400 bladzijden lang is dezelfde persoon aan het woord, een veearts die vertederd raakt door een jong meisje op een van de boerderijen waar hij komt, die mede vanwege calamiteiten die zich voordoen in haar gezin en het bedrijf van haar vader, bezorgd is om haar welzijn, die terwijl hij zich om haar bekommert, langzamerhand – of eigenlijk al vrij snel – hartstochtelijk verliefd op haar wordt, steeds vaker haar bezoekt, haar meeneemt, deels meegaat in haar fantasieën, deels die probeert te sturen, die haar steeds intiemer aan­raakt, haar inwijdt in de seksualiteit en haar uiteindelijk verkracht, waarbij het meisje zelf een tamelijk passieve rol lijkt te vervullen. Dat hij zijn eigen zoon een tijdje met het meisje laat scharrelen, en ook anderszins zijn eigen gezin en huwelijk overhoop haalt door zijn verliefd­heid maakt het allemaal nog schrijnender. Over dat alles vertelt de veearts in de eerste per­soon enkel­voud. De lezer komt nooit buiten het hoofd van de verteller. Zijn woorden zijn voornamelijk gericht aan het meisje zelf, die hij aanspreekt als zijn ‘lieve gunsteling’, zijn ‘hemelse uitverkorene’, ‘praaldier’ en met nog veel meer van dergelijke woorden. Maar in toenemende mate blijken er nog andere adressanten van zijn woorden te zijn: de magistraten, de rechters voor wie hij uiteindelijk zal moeten verschijnen, als alles aan het licht gekomen is.

    Inderdaad: Nabokovs Lolita klinkt voortdurend mee, net als veel andere meer of min­der ‘grote’ literatuur. Soms wordt die expliciet genoemd (de veearts leest haar voor uit Gerard Reve’s Lieve jongens, citaten uit Proust en Emily Brontë worden vermeld in de verantwoor­ding), vaak blijft de verwijzing ook impliciet. Ook songteksten uit de muziek van rond de vorige eeuwwisseling (Leonard Cohen, Kurt Cobain en andere) maken deel uit van de vele intertekstuele lagen van de roman. Temidden van die lagen vinden we overigens ook de eerste roman van de schrijfster zelf. De boerderij, het meisje en de veearts herkennen we onmiddel­lijk. Maar tegelijk zijn ze niet helemaal hetzelfde. Net als in de eerste roman is een broer over­leden en is de moeder afwezig, maar opnieuw: op een andere manier dan eerst. Het meisje dat in de eerste roman het perspectief bepaalt is wel en niet dezelfde die vanuit het perspectief van de veearts bekeken en aangeschreven wordt. Het meisje uit de eerste roman fantaseert over ondergedoken Joden, deze uit de tweede roman spreekt ’s nachts regelmatig met Hitler en met Freud). Een van de redenen waarom Marieke Lucas Rijneveld niet te vergelijken is met andere beginnende schrijvers die hun eigen leven als materiaal nemen, is de wijze waarop en de mate waarin zij autobiografie tot fictie weet te maken. Recensenten die zich in de eerste roman stoorden aan volgens hen niet kloppende zaken (de leeftijd van het meisje past niet bij de taal die ze gebruikt of de gedachten die ze heeft) zullen hopelijk in deze tweede roman ont­dekken dat dat precies een van de manieren is waarop de schrijfster duidelijk maakt dat het hier om fictie gaat.

    Maar het meest bijzondere aan deze roman is, meer nog dan in de eerste, de taal waar­in hij geschreven is. Er zijn 42 hoofdstukken, maar geen alinea’s in het boek. De zinnen zijn soms pagina’s lang. En toch leest het als de muziek van Bach: eindeloos voortdansend zonder dat het ooit ondoorzichtig wordt. Het is taal die je bijna vanzelf hardop gaat lezen. Zoals je bij Couperus soms kunt genieten van het ritme van de soms zelf bedachte woorden en de orde waarin ze geplaatst zijn terwijl je bijna vergeet in je op te nemen wat ze vertellen, zo over­kwam het mij ook in dit boek. Het boek leest als poëzie.

    Paul van Tongeren

    Lees meer »
Pagina
  • Gratis verzending bij bestellingen boven de € 49,-
  • Eerste boek gratis bij boeken onder de € 10,-
  • Niet goed geld terug garantie 024-3221734
  • Vertel je vrienden over Roelants en ontvang € 5,-
Boekhandel Roelants
Locatie

Boekhandel Roelants [Voorheen De Oude Mol]
Van Broeckhuysenstraat 34
6511 PJ  Nijmegen

roelants@roelants.nl
024-3221734