Recensie Willem die Madoc maakte | door Riet de Jong

Nico Dros

  

WILLEM DIE MADOC MAAKTE

 

Kort geleden verscheen er, wat je kunt noemen, een ridderroman, in de vorm van een soort raamvertelling. De schrijver in en van het verhaal voelt zich te kort gedaan door zijn werkgever, want er is hem een hoogleraarschap door de neus geboord. Dus besluit hij een roman te schrijven met als hoofdpersoon een miskende getalenteerde middeleeuwer, die zich schrap zet en alle tegenslagen overwint.

De roman speelt zich af eind twaalfde begin dertiende eeuw en voornamelijk in België, in Vlaanderen, in de buurt van Brugge waar een groot klooster staat, Abdij St. Odulfus.  In 1196 vergaat er een schip voor de Vlaamse kust, alle opvarenden verdrinken, behalve een driejarig jongetje dat zich vastklampt aan een bruinvis en door een dorpeling op het strand wordt getrokken. Dat jongetje wordt opgenomen in het klooster, verzorgd en opgevoed. Hij kan nog niet praten, zijn afkomst is onbekend, maar hij heeft de kleding en de uitstraling van een telg van een aanzienlijke familie.

En dit jongetje, hij krijgt de naam Beda, wordt de centrale figuur in het adembenemende verhaal dat volgt.

Beda krijgt een uitstekende opleiding in het scriptorium bij pater Arnulfus, wordt kopiïst, maar ontdekt ook dat er in het klooster een zelfkweller en kinderverkrachter rondloopt, namelijk pater Elmus. Deze pater, en het feit dat hij zelf niet tot het christelijk geloof kan komen bepalen zijn leven en dus het dramatische verloop van de roman.

Het ligt niet in mijn bedoeling dit verloop precies uit de doeken te doen, dat genoegen is aan de lezer. Ik kan alleen zeggen dat ik er zelf enorm van genoten heb, van het Diets waarmee het verhaal is doorspekt, van de talenten van Beda, alias Madoc, alias Willem, van de maatschappelijke ontwikkelingen die hij op gang brengt, van de vrouwen met wie hij het bed deelt, van zijn strenge principes, en uiteindelijk van het slot van het verhaal.

En van de manier waarop de schrijver met zijn kat op schoot zijn veelbelovende plannen voor erkenning van zijn talenten uit de doeken doet.

Ik wens u heel veel genoegen met dit boek dat bovendien prachtig is uitgegeven.

 

Riet de Jong-Goossens