Paul van Tongeren bespreekt: De laatste zomer in de stad

Gianfranco Calligarich, De laatste zomer in de stad.

Naarmate ik dit boek vaker lees, valt het me moeilijker er iets over te zeggen. Het verhaal is gemakkelijk na te vertellen: de ik-figuur vertrekt rond zijn dertigste uit Milaan, waar hij nog bij zijn ouders woonde (vader postzegelhandelaar, zussen die netjes getrouwd zijn met kantoorklerken, kortom een tuttig gezin) naar Rome, waar hij een leven leidt vol van drank en vrouwen, nu en dan wat geld verdienend op de redactie van de Corriere dello Sport. Hij wordt verliefd op een vrouw die nogal hysterisch is, die hem verbiedt te spreken over liefde en hem slechts mondjesmaat toelaat, waardoor hij in gezelschap van een nog alcoholistischer vriend nog verder verloedert, tot die vriend sterft en hij in elkaar stort. Hij stopt met drinken, en krijgt van de vrouw, die inmiddels een andere partner heeft, te horen dat ze altijd het meest van hem gehouden heeft en hij ontdekt dat zij alleen de zijne kon zijn nu “ze van een ander was”. Hoe het afloopt zal ik niet verklappen voor wie het nog niet gelezen heeft. Tot zover zou je het boek inderdaad kunnen afdoen als “Boris Vian apres la lettre” of als een “deeltje bouquetreeks voor intellectuelen” om mijn collega-Lezers te citeren.

Maar bij herlezing zie ik er steeds meer in, hoewel ik van al dat meerdere nog niet echt een samenhangend verhaal kan maken. Ik noem een paar dingen: Hoewel het einde van het boek een definitief einde suggereert, lijkt het begin van het boek erop aan te sluiten: alsof het verhaal steeds opnieuw moet beginnen, alsof het een cirkel vormt die geen begin en einde heeft. Die cirkelstructuur wordt op allerlei manieren versterkt: behalve de zee aan begin en eind, staat ook Milaan aan beide uitersten van het boek; ook keren de eigenlijke eigenaren van de woning waarin de hoofdpersoon gedurende het verhaal verblijft aan het eind van het boek terug van de reis waarvoor ze aan het begin vertrokken. En zo zijn er meer elementen die het beeld van een cirkel oproepen. Is het een beeld van de vicieuze cirkel, die staat voor de zinloosheid?

Voorts: de hoofdpersoon is ondanks zijn wat liederlijke levenswijze een fervente lezer. Hij heeft steeds een of meer boeken bij zich en als hij niet zit te drinken of ligt te vrijen, leest hij een boek. Veel van de boeken die hij leest of heeft worden genoemd met de titel of de naam van de auteur. Ook in het contact met de fatale vrouw speelt een boek (Du coté de chez Swann van Proust) voortdurend een rol, ook al is niet steeds duidelijk welke. Maar bovendien herken je sommige scènes als “citaten” uit de wereldliteratuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor het madeleine-cakeje uit een ander deel van Prousts Al la recherche, maar ook uit de scène met de (bijna) omgegooide vaas uit Dostojevski’s Idioot. Wie al die boeken kent die al of niet expliciet genoemd worden herkend waarschijnlijk nog veel meer citaten. Zijn die vertoon van eruditie of doen ze iets met het verhaal?

Dan is er de analogie die zich opdringt tussen de (liefde voor) Arianna en (die voor) de stad Rome. Beide zijn geliefden die zich niet gemakkelijk geven, die vaak ook lelijke of pijnlijke kanten laten zien, en die je nooit voor jezelf alleen hebt maar die altijd ook van een of meer anderen zijn. De dubbelzinnige aantrekkingskracht van zowel de stad als de vrouw worden sterk verbeeld. Is de stad een beeld voor de vrouw? Of andersom? Of beide?

Misschien zijn het dit soort elementen die – naast het taalgebruik dat virtuoos is (dat valt vooral op als je het in het Italiaans probeert te lezen en merkt hoe arm je woordenschat is, of hoe rijk die van de auteur) – verklaren waarom dit boek uit 1973 (!) na een groot succes in het begin, eerst geheel vergeten raakte, toen weer in kleinere kringen uitgroeide tot een cultboek en in roofdrukken begon te verschijnen, totdat het in 2016 bij een andere uitgever opnieuw verscheen en wederom populair werd en in vele talen vertaald.

Ik houd me aanbevolen voor ervaringen van andere lezers, lezers die het boek zeker verdient.

Paul van Tongeren