Column Maarten Steenmeijer: The Rolling Stones
02 augustus 2012
Feestboek Rolling Stones
door Maarten Steenmeijer
Vijftig jaar geleden – om precies te zijn: 12 juli 1962 - stonden de Rolling Stones voor het eerst op een podium. Ter gelegenheid van dit jubileum brachten ze een salontafelboek uit met meer dan duizend foto’s, die ze zelf van korte toelichtingen voorzagen.
Met elkaar vertellen deze foto’s en teksten een verhaal waarin heel veel ontbreekt. Over het privéleven van de heren wordt bijvoorbeeld niet of nauwelijks gerept. Zelfs Mick Jaggers spraakmakende verhouding met zangeres Marianne Faithfull en zijn huwelijk met de Nicaraguaanse Bianca zijn buiten dit boek gehouden. En ook Anita Pallenberg, de femme fatale die in 1967 Brian Jones inruilde voor Keith Richards, is nergens te bekennen.
De Stones wilden kennelijk dat dit boek over de Stones en niets anders dan de Stones zou gaan. Het boek barst dan ook van de mooie foto’s van optredens, op steeds grotere podia en met steeds spectaculairdere decors. Opvallend weinig in aantal zijn daarentegen de foto’s van de heren in de studio’s, de plaats waar ze zwoegden en ploegden op nieuwe liedjes, de onontbeerlijke brandstof voor elke popgroep die geen karikatuur van zichzelf wil worden.
Er is nog meer dat schittert door afwezigheid in dit boek. De onderlinge rivaliteit bijvoorbeeld, die ertoe leidde dat Brian Jones – die in de eerste jaren bepalend was voor het geluid en de koers van de groep – in 1969 uit de groep werd gezet. Geen woord ook over het overlijden van Jones korte tijd later, terwijl ook het vertrek van bassist Bill Wyman jaren later onbesproken blijft.
Wyman was, zoals bekend, veruit de grootste Don Juan van de groep. Terwijl Mick Jagger druk in de weer was met zijn carrière en Keith Richards meer oog had voor gitaren dan voor vrouwen, ging Wyman het liefst met zoveel mogelijk fans naar bed. Als een boekhouder hield hij de vele honderden veroveringen bij, op basis waarvan hij later een vuistdik boek zou schrijven. Maar ook over dit alles woord noch beeld. Niet minder frappant is dat er nauwelijks wordt gerept over het intensieve alcohol- en drugsgebruik van de heren, en dat terwijl het grootverbruik van met name Keith Richards inmiddels deel van ons collectieve geheugen is geworden.
Een gebeurtenis waar opvallend genoeg wel bij wordt stilgestaan vond plaats in januari 1967, toen de heren zich te goed voelden om aan het einde van een televisieshow tussen de andere gasten te gaan staan om afscheid te nemen van het publiek. Een luttel incident dat in dit feestboek de status van een rebelse heldendaad krijgt. Veelzeggend is ook wat Keith Richard heeft opgetekend bij twee foto’s uit 1964 waarop hij en Mick Jagger met de ellebogen op een tafel hangen: ‘Dit vat het leven “on the road” destijds aardig samen: een café-restaurant, kopjes thee en sigaretten.’
Geen seks dus in dit boek. En ook geen drugs. En de rock ‘n’ roll? Daarvan valt op de foto’s uit de jaren zestig wel het een en ander te proeven. In nogal wat zalen brak toen de pleuris uit als de heren langskwamen. Het optreden in het Scheveningse Kurhaus op 8 augustus 1964 – ruim vertegenwoordigd in het boek – is een van de vele voorbeelden.
Die chaotische taferelen liggen aan de basis van het aura van tegendraadsheid en rebellie die de oude Stonesfans nog altijd koesteren. Maar de Stones zijn al heel lang een door en door professioneel entertainmentbedrijf. Daarvan getuigen niet alleen de latere foto’s van de massabijeenkomsten die de optredens van de groep werden, maar ook en vooral de grote getallen die veelvuldig in de bijschriften worden genoemd. Of het nu de kosten betreft of het aantal bezochte landen, de opbrengsten of aantallen bezoekers: de groep lijkt in de tweede helft van het boek vooral te willen laten zien dat ze zo ongeveer alle denkbare records uit de popgeschiedenis hebben gebroken.
Doen ze het dan alleen nog maar voor het geld? Dat is de vraag die zich opdringt na al die grootse taferelen en al die grote getallen. Nee, voor het geld doen ze het niet, daar hebben ze al meer dan genoeg van. Waarom dan toch om de zoveel jaar weer die enorme moeite genomen om een nieuwe show te bedenken en te organiseren, om vervolgens de halve wereld over te reizen om hem uit te voeren? Omdat ze het niet kunnen laten. Omdat ze moeten. Omdat ze anders dik en ongelukkig worden.
Die drang om op het podium te staan tot je erbij neervalt, ook al is er geen enkele financiële noodzaak meer: dat is weer wél rock ‘n’ roll. Rock ‘n’ roll deluxe, wel te verstaan.
Mick Jagger, Keith Richards, Charlie Watts, Ronnie Wood, The Rolling Stones 50. Spectrum/Lannoo.





Bij een veiling van Sotheby's bleek onlangs dat The Birds of America, het legedarische vogelboekvan John James Audubon, nog steeds het duurste boek ter wereld is (het bracht 8,7 miljoen euro op). Audubon (1785 - 1851) was een Frans-Amerikaans schrijver, natuurliefhebber en kunstschilder. Hij schilderde met name vogels, en trok hiervoor het toen nog grotendeels ongerepte Noord-Amerika door. Bijzonder was dat hij de vogels op ware grootte afbeeldde (soms was het even puzzelen in welke houding het beest op het papier zou passen). Hij huurde de beste graveurs, drukkers en inkleurders van zijn tijd in om de aquarellen in zijn boek over te brengen. U vindt een exemplaar vanThe Birds of America in het Teylers museum.
De box uit 2004 wordt hier en daar aangeboden als collector's item. Wouter was gisteren in het Ambassade hotel aan de Herengracht te Amsterdam en kreeg daar een onweerstaanbare aanbieding. Zodoende hebben we een aantal exemplaren binnen, niet voor €550 euro maar voor €199.
H
Even geduld ...



Reacties (0)