Zoeken:

Voor dagelijkse aanbiedingen volgt u ons op twitter en facebook !


Openingstijden & adres

Roelants [voorheen de Oude Mol]

Van Broeckhuysenstraat 34
6511 PJ Nijmegen
Tel: 024-3221734

Ma: 13.00-18.00
Di: 09.30-18.00
Wo: 09.30-18.00
Do: 09.30-18.00
Vr: 09.30-18.00
Za: 09.30-17.00

Roelants [in LUX]

Mariënburg 38-39
6511 PS Nijmegen
Tel: 024-3603429

Elke avond open

Ma: 11.00-20.00
Di: 10.00-20.00
Wo: 10.00-20.00
Do: 10.00-21.00
Vr: 10.00-21.00
Za: 10.00-20.00

E-mail: roelants@roelants.nl



De 'BENEZIT' geen €2635 maar bij ons €299

Een van de belangrijkste kunstencyclopedieën aller tijden is de Franse Dictionnaire des Peintres, Sculpteurs, Dessinateurs et Graveurs Benezit (kortweg ‘Benezit’ ). Deze klassieker is in 2006 uitgebreid en vertaald in het Engels als de Benezit Dictionary of Artists. Veertien volumes, meer dan 20.000 pagina’s en meer dan 170.000 referenties.
In de Benezit vindt u de meest uitgebreide biografische informatie, ook van meer obscure kunstenaars. De laatste voorraad wordt nu verkocht, voor slechts 299 euro. Een koopje: op amazon.de wordt de encyclopedie voor maar liefst 2635 euro aangeboden! We kochten excl 100 sets.

U kunt hier via de webshop bestellen

Goede doelen!


                 

Columns

on zaterdag, 21 mei 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

In 2009 werd het literaire wereldje in Nederland opgeschrikt door het verschijnen van De revanche van de roman, geschreven door de Amsterdamse hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde Thomas Vaessens. Volgens de kritiek probeerde Vaessens schrijvers de wet voor te schrijven: goede literatuur is geëngageerde literatuur, een echo van het pleidooi van Ton Anbeek uit 1981 voor meer 'straatrumoer' in de Nederlandse roman. Ook zou hij een populist zijn die alle kwaliteitscriteria voor de beoordeling van literatuur terzijde schoof.

Destijds volgde ik, als 'gewone' lezer van romans, de discussie van een afstandje. Nu de derde druk van Vaessens’ boek verschenen is (en het stof neergedwarreld), kon ik mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen: is het echt zo erg wat Vaessens beweert? Toch niet: inhoudelijk is het een nogal braaf boek. De auteur stelt een derde weg voor tussen het absolutisme van de 'humanistische' traditie (zeg: Kees Fens) en het doorgeschoten relativisme van de 'postmodernisten'. Voor die derde weg kiest hij de ongelukkige term ‘laatpostmodernisme’, toch een type label waarbij je als eenvoudige lezer geneigd bent af te haken.

on dinsdag, 10 mei 2011. Posted in Columns

Onze prijsvraag is terug!! Waar is deze foto genomen..? Mail het ons via Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. o.v.v. 'prijsvraag'. De eerste goede inzending krijgt een boekenbon (t.w.v. €10,- bij Roelants).

(Foto: Jaap Modder)



on vrijdag, 29 april 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Sociale wetenschappers heb je in soorten en maten. Sommigen spiegelen zich aan de natuurwetenschappen en doen hoogst specialistisch onderzoek dat zelden of nooit het publiek bereikt. Andere sociale wetenschappers profileren zich als intellectuelen en ‘duiden de tijdgeest’. Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar ‘Veiligheid en burgerschap’ aan de VU, is zo’n duider. Na De veiligheidsutopie (2002) publiceerde hij onlangs De improvisatiemaatschappij, ook een boektitel die het beslist goed zal gaan doen.

Waar gaat het om? We leven – als gevolg van globalisering, individualisering en informatisering – in een onbegrensde wereld, die zowel complex als moreel richtingloos is. Dat levert allerlei problemen op: we voelen ons onveilig en tegelijkertijd accepteren we door onze korte lontjes geen beteugeling, het ontzag voor autoriteiten (politici en politie) is verdwenen, we lijden aan een extreem ‘consumptief narcisme’, en het laagje beschaving is extreem dun geworden. Als reactie zijn drie ‘ordeningsprogramma’s’ ontstaan, op het gebied van beschaving, veiligheid en burgerschap. Boutellier oordeelt hier niet onverdeeld positief over: uiteindelijk ontbreekt een gemeenschappelijk verhaal van bestuurders, professionals en burgers, dat stoelt op een expliciete, gedeelde moraal.

Toch slagen we er op de een of andere manier in deze onbegrensde wereld zo te ordenen dat de zaak niet uit de hand loopt. Hoe gaat dat in zijn werk? Boutellier doet hiervoor een beroep op de theorievorming over complexiteit, netwerken en zelforganisatie. In menselijke netwerken komt sociale orde tot stand door wederzijdse afstemming: mensen stemmen al doende hun gedrag, hun moraal en hun identiteit op elkaar af, zoals jazzmusici dat met hun spel doen. In een onbegrensde wereld kan dat ook niet anders.

Boutellier is geen cultuurpessimist, en dat maakt zijn boek sympathiek. De traditionele bindingen en gezagsverhoudingen mogen dan zijn weggevallen, we improviseren spontaan een acceptabel alternatief bij elkaar. De menselijke soort vermag inderdaad veel op dit vlak, wat direct de vraag oproept of zij pas enkele decennia geleden begonnen is met deze onderlinge morele afstemming. Ik denk het niet: zelfs in het verzuilde Nederland van vijftig jaar geleden waren afstemming en improvisatie schering en inslag; we typeerden er alleen onze maatschappij niet mee. En uitspraken als ‘In de afgelopen decennia zijn de maatschappelijke omstandigheden op een beslissende wijze veranderd’ (p. 13) zijn sinds de industriële revolutie even geliefde als weinigzeggende openingen van algemene cultuurbeschouwingen.

Ook als je de uitgangspunten ervan niet volledig accepteert, is De improvisatiemaatschappij een interessante intellectuele exercitie. Het is echter wel een exercitie voor intellectuelen: het boek vereist ervaring in het lezen van een complex en abstract betoog. Boutellier kan goed schrijven en geeft ook genoeg concrete voorbeelden, maar zijn betoog zal toch vooral ‘landen’ bij zijn eigen intellectuele generatie, vrees ik.

Hans Boutellier (2011) De improvisatiemaatschappij. Over de sociale ordening van een onbegrensde wereld. Den Haag: Boom Lemma, 978-90-5931-625-6, 191 pagina's, € 25,00.

Ruud Abma is cultuurpsycholoog en werkt aan de Universiteit Utrecht.

on dinsdag, 26 april 2011. Posted in Columns, Muziekbulletin

Jazz en zo (3): CHARLES LLOYD QUARTET  (over grijs en gruiswater,  zilverblazen onder andere dus)

Soms gebeurt dat. Dat je bij het eerste horen slechts wat ruis proeft: een hap zeewater met ergens iets glibberigs. En dat je dan,  een paar slokdagen later, die muziek nogmaals draait, dat nogmaals met je oren eet en dat het dan opeens, speldeprikkend, langzaam begint te dagen.

Iets vergelijkbaars had ik bij het beluisteren van MIRROR, de laatste CD van CHARLES LLOYD (1938 - heden).

Charles Lloyd is zo’n saxofonist die zijn muziek in een leven over meerdere levens slijt. Als Coltrane-adept (en zeg nou zelf! wie werd door die vuurzee niet geaard en/of gehemeld? Wie valt dat kwalijk te nemen?) groefde hij zijn graantje mee in Los Angeles, bij oa de geboorteweeen van wat ze inmiddels noemen rockjazz/jazzrock (contradictio in terminis: alsof er jazz bestaat die niet rokken gaat!).

on dinsdag, 26 april 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Een collega uit Gouda vroeg mij onlangs een boek mee te nemen van de boekwinkel op de campus. Natuurlijk wilde ik dat even doen en fietste op woensdagmiddag even langs. Toen ik daar aankwam viel het me op dat nergens de naam Dekker vd Vegt, noch het logo van de boekhandelsketen waarin het in opgegaan is, de gevel sierde.

Binnen was het al even armoedig: wat stapeltjes boeken, halfgevulde kasten met verplichte collegeliteratuur, maar verder weinig te snuffelen, bladeren en ontdekken. Ik was te verbouwereerd om de verkoper van dienst, in wie ik nog vaag de persoon herkende die mij twintig jaar geleden al aan mijn studieboeken hielp, ernaar te vragen, rekende mijn boekje af en fietste verder.

on dinsdag, 19 april 2011. Posted in Columns, Muziekbulletin

Na de derde maand van het jaar 2011 dat al zeker te weten. Het beste concert van dit jaar al te hebben gezien en zo. Men kan zich over meerdere en minnere dingen onzeker weten! Maar echt;  het is echt waar. Met zoon R waren we daar. De laatste zaterdag van deze winter. In de lichtstad. Beiden een beetje zenuwachtig. Want gingen we het beleven. Estrella Morente horen en zien zingen.

Waar te beginnen om u het voorafgaande enigszins te verduidelijken? De naam alleen al... om te beginnen. Verder ook dit, het valt niet te ontkennen. Estrella Morente (1981- ) is wonderschoon om te zien, dat voorallereerst. (Hebben we dat tenminste gehad)..      
                                                                                                                                               Foto: MaYo

on woensdag, 16 maart 2011. Posted in Columns, Muziekbulletin

Blijven spelen alsof je vuur er levend vanaf  hangt. Majesteitelijkst. Zo zou je het spelen van Bobby Watson kunnen -blijven- noemen. Bobby Watson (23 augustus 1953 - ) beschikt namelijk over het graalvuur van de alt. Het heiligste ijsvuur derhalve: vanuit Kansas City, rechtstreeks ingelijnd met Charlie Parker/Johnny Hodges en Julian “Cannonbal” Adderly, snijdt Bobby Watson reeds als oudste jongeling zoals een staalmes door bevroren boter: gloedwarm, rechtstreeks uit en in het hart. Love Remains (1).

Met zoveel vuur omhanden was Bobby Watson ipso iure verantwoordelijk voor de bijna laatste bosbrand van Art Blakey. Diens Messengers werden dankzij Bobby Watson tenminste een decennium extra houdbaar heet gezet. Incubeerde in die setting ondermeer het trompetwuenderknaapje Winton Marsalis (2).
Bobby Watson omarmde de altsax en diens aarde (hemels gemodder) vervolgens onder andere met 29th Street Saxophone 4-tet (3). Nooit zal ik de hemelbrand op het dakterras van NorthSeaJazz te Den Haag vergeten, ergens midden in de jaren 1980.

on zaterdag, 29 januari 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

"Echte kunst stelt ook vragen aan zichzelf", om Connie Palmen maar weer eens aan te halen. Dat is een simpel maar effectief criterium om André Hazes te onderscheiden van Stef Bos, André Rieu van Janine Jansen en een tromboneclubje van het Haags Residentieorkest. Is dat vragen stellen belangrijk dan? Jazeker, want wie zichzelf geen vragen stelt, ontwikkelt zich niet, en wie zich niet langer ontwikkelt is al bijna dood.

Er is een schemergebied: de liedjes van Toon Hermans bijvoorbeeld. Kitsch, of, heel vilein, toch kunst? En in de literatuur de tongue-in-cheek stijl van Herman Koch, want blijft de auteur daarin zelf niet nèt te veel buiten schot? Aan het andere einde van de meetlat bevindt zich Arnon Grunberg. Zijn laatste boek, Huid en haar, vorig najaar verschenen, heb ik net pas uit.  

on zaterdag, 22 januari 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Onlangs hield president Obama, naar aanleiding van de tragische aanslag in Tucson, een toespraak, waarin hij zijn befaamde oratorische talent weer eens ten volle liet zien. Het kon, zo monkelden waarnemers, wel eens een vergelijkbaar keerpunt zijn als de toespraak van Clinton na de bomaanslag in Oklahoma en die van Reagan na het verongelukken van het ruimteveer Challenger.

Ik heb de toespraak in zijn geheel teruggekeken (op YouTube, waar overigens ook Clinton en Reagan terug te zien zijn). Want het is natuurlijk opmerkelijk dat dat überhaupt kan, met één toespraak een zwalkend presidentschap van een pruttelende grootmacht revitaliseren.

on vrijdag, 21 januari 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Doorwerken na je pensionering is niet erg als het maar interessant werk is. Dat moet het motto van de Nijmeegse historicus Harry Jansen (1939) zijn geweest, toen hij zich zette aan het schrijven van Triptiek van de tijd. Geschiedenis in drievoud. Het is in meerdere betekenissen een groot werk: in omvang, in reikwijdte, maar ook in diepgang.

Geschiedenis is wat geschied is, geschiedschrijving is de verslaglegging daarvan (de verhalen over de zwerftocht van de mensheid door de tijd), en geschiedtheorie is de analyse van de uiteenlopende gewoontes en stijlen in de geschiedwetenschap. Over die geschiedtheorie gaat Jansens boek. Hij onderscheidt in het begin van zijn boek drie wetenschapsopvattingen: hermeneutiek, positivisme en narrativisme. Het boek lijkt daarmee uit te draaien op een tamelijk gangbaar wetenschapsfilosofisch vertoog, maar dat gebeurt niet.

on woensdag, 19 januari 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Er zijn ook boeken die je vergeten bent te lezen. Ze bleven onderop de stapel liggen, kwamen niet hogerop en werden verbannen naar de zolder. Maar soms krijgt zo'n muurbloempje toch nog een kans mee te doen op het boekenbal en ben je achteraf zelfs een beetje beschaamd het zo lang te hebben verwaarloosd.

Ik was onlangs in Istanbul. Een bruisende stad met mooi weer, energieke, vrolijke mensen en op elke straathoek herinneringen aan Griekse, Byzantijnse en Osmaanse beschavingen. Eigenlijk heb je zelfs drie steden voor de prijs van één, het Aziatische Üsküdar en aan weerszijden van de Galatabrug het moderne Beyoglü in het Noorden en de bakermat Stamboul in het Zuiden. En daaromheen het zacht klotsende water van de Gouden Hoorn, de zee van Marmara en de Bosporus, waar Jason met de Argonauten nog moet zijn doorgetrokken op zoek naar het Gulden Vlies.

on maandag, 10 januari 2011. Posted in Columns, Muziekbulletin

Überhaupt nog wat te genieten dan? Zo viel laatst iemand met de deur in huis nadat ik hem bekende de laatste tijd niet zoveel nieuwe cd's te hebben gekocht en beland was in een winterslaapje. Zeker wel, maar je moet wel willen luisteren! Over de meest genietbare jazz van 2010 kan ik kort zijn, maar wel krachtig.

Hoogtepunt in ieder geval:

Vijay Iver . SOLO. Na het reeds vrij vreselijk verpletterend goede trio- album Historicity (Act 9489-2, 2009), inmiddels genomineerd voor een Grammy, is deze cd (Act 9472-2, 2010) het definitieve bewijs dat de echte creatieve geesten zich niet laten ringeloren door dovemansoren. Echte creatievelingen weten het zo te plooien: de muziek die hen toekwam, via via, in hun hart te ontplooien. Is dat dus niets meer en anders dan het verhaal telkens weer te verstellen.

on vrijdag, 31 december 2010. Posted in Columns, Boekennieuws

De periode tussen kerst en oud&nieuw vind ik bijzonder omdat de tijd dan altijd wat trager lijkt te gaan. Dit jaar lukte het me echter nog niet zo om in de vertraagstand te komen, wat ik erg jammer vond. Totdat ik een interview met Hans Keilson in Kunststof (21 december) terugluisterde. Keilson stond dit jaar plotseling in de belangstelling, omdat de New York Times zijn boeken Komedie in mineur en In de ban van de tegenstander meesterwerken had genoemd. Komedie in mineur kwam in de NYT ook nog eens op de lijst van 100 belangrijkste boeken uit 2010.

Keilson was in september al geïnterviewd door Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door. Dat gesprek had me geïntrigeerd door de clash van uitersten: een opgeblazen kikker, op jacht naar quotes, en een wijze, oude man, die zich niet liet opjagen in het doorgedraaide format van het programma, maar zeer beheerst messcherpe antwoorden gaf.

on vrijdag, 12 november 2010. Posted in Columns, Muziekbulletin

Al weer een tijd terug rammelde zich mij hier  een verhaaltje aan over een mevrouw die nix moest hebben van jazz, want dat was zo masculien.

Om jazzmusicus (m/v) te zijn, anno 2010, moet je niet alleen mens (m/v dus) zijn maar vooral ook geloof houden in eigen kunnen. Dat is geen sinecure: want, ondanks alle geloof daarin (in eigen kunnen dus) wordt het de ware geluidsreizigers bepaald niet gemakkelijk gemaakt.

En ja dat was al zo, ook voordat we gedoogd geregeerd werden door Rutte - Verhagen.