Zoeken:

Voor dagelijkse aanbiedingen volgt u ons op twitter en facebook !

Openingstijden & adres

Roelants [voorheen de Oude Mol]

Van Broeckhuysenstraat 34
6511 PJ Nijmegen
Tel: 024-3221734

Ma: 13.00-18.00
Di: 09.30-18.00
Wo: 09.30-18.00
Do: 09.30-18.00
Vr: 09.30-18.00
Za: 09.30-17.00

Roelants [in LUX]

Mariënburg 38-39
6511 PS Nijmegen
Tel: 024-3603429

Elke avond open

Ma: 11.00-20.00
Di: 10.00-20.00
Wo: 10.00-20.00
Do: 10.00-21.00
Vr: 10.00-21.00
Za: 10.00-20.00

E-mail: roelants@roelants.nl



De 'BENEZIT' geen €2635 maar bij ons €299

Een van de belangrijkste kunstencyclopedieën aller tijden is de Franse Dictionnaire des Peintres, Sculpteurs, Dessinateurs et Graveurs Benezit (kortweg ‘Benezit’ ). Deze klassieker is in 2006 uitgebreid en vertaald in het Engels als de Benezit Dictionary of Artists. Veertien volumes, meer dan 20.000 pagina’s en meer dan 170.000 referenties.
In de Benezit vindt u de meest uitgebreide biografische informatie, ook van meer obscure kunstenaars. De laatste voorraad wordt nu verkocht, voor slechts 299 euro. Een koopje: op amazon.de wordt de encyclopedie voor maar liefst 2635 euro aangeboden! We kochten excl 100 sets.

U kunt hier via de webshop bestellen

In de boekenkast van... Annelies

'Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent'. Wat zijn de favoriete boeken van het Roelants-team? U leest het hier.. Deze week: Annelies.

''Deze boeken worden regelmatig verhuisd naar een andere plek in de boekenkast: soms staan ze op ooghoogte samen op een plankje, soms overal door de kast verspreid.. Ik ben namelijk al enige tijd op zoek naar de ideale indeling voor de boekenkast.''

In enigszins (maar niet helemaal) willekeurige volgorde dan:

Delillo – White noise
Tartt – The secret history
Winterson – The stone gods
Winterson – Written on the body
Woolf – The waves
Hall – The raw shark texts
Ishiguro – Never let me go
Auster – Travels in the Scriptorium
James – Turn of the screw
Ionesco – Rhinoceros
Ward – Salvage the bones


Murakami – De opwindvogel-kronieken
Brouwers – Geheime kamers
Mutsaers – Koetsier herfst
Reve – De avonden
Rosenboom – Publieke werken
De Greef – Was alles maar konijnen
Levi – Is dit een mens

Koolhaas - Vanwege een tere huid

Lodeizen – Verzamelde gedichten

Fine – Waarom we allemaal van Mars komen

Goede doelen!


                 

Columns

on woensdag, 22 februari 2012. Posted in Columns

Door Ruud Abma

Bureaucratisering begint bij jezelf. Nou ja, ze begint er misschien niet, maar je bent er wel zelf bij. Als je instemt met procedures die je eigenlijk onzinnig vindt, om zodoende toch maar een treetje hoger op de ladder te komen, moet je niet jammeren over de kwalijke gevolgen van de marktbureaucratie die de universiteit intussen geworden is. En je moet vooral ook niet proberen het systeem beentje te lichten met gefingeerde data, zoals Diederik Stapel tot zijn schade heeft moeten merken.

Dat wil niet zeggen dat ‘het systeem’ zijn werk goed doet. Zonder zijn oplettende AIO’s was het bedrog van Stapel nog jaren doorgegaan. Het systeem waarbinnen wetenschappers tegenwoordig werken is eerder gericht op accountability, planning & control en andere nieuwspraak dan op het bepalen van de zinnigheid en kwaliteit van onderzoek, laat staan het voeden van creativiteit en reflexiviteit. Universiteiten zijn van denkruimtes productiebedrijven geworden, met wetenschappelijke artikelen en afgestudeerden als producten. De bundel Denkruimte ontrafelt de mechanismen die daarin werkzaam zijn, en doet voorstellen om het tij te keren.

Een belangrijk mechanisme is chantage: wie wil overleven moet zich schikken. Wie tegen zijn hoogleraar zegt: ik wil wel publiceren, maar niet volgens de tegenwoordig geldende normen, heeft een probleem – en brengt ook die hoogleraar in problemen, want die is afhankelijk van de productie van zijn of haar medewerkers. Wie zich wél aan de normen houdt, merkt vervolgens dat het bereiken van de gewenste publicatiescores en het verwerven van onderzoeksgelden strategisch opereren vereist. Niet zozeer ‘netwerken’ (hoewel dat ook geen kwaad kan) als wel de juiste thema’s kiezen (een métier dat Stapel als geen ander beheerste).

Een ander mechanisme is: het goede voorbeeld geven. Er wordt wel eens geklaagd over calculerende studenten, maar van wie hebben zij dat geleerd? Sommige afdelingen leggen zich er op toe om zo min mogelijk onderwijs te geven (vooral in de bachelor) en zo veel mogelijk tijd voor onderzoek te houden. Dat is logisch. Weliswaar komt de grootste geldstroom binnen via de studenten, maar medewerkers worden individueel en collectief afgerekend op hun onderzoeksprestaties.

Wat te doen? De vraag is allereerst: wat voor universiteit willen wij? De auteurs in deze bundel willen een universiteit die deugt, die gebaseerd is op het besef dat ze een eigen maatschappelijke rol heeft, en daarmee ook een morele verantwoordelijkheid. Een deugende universiteit neemt studenten serieus als mensen die zich in een vormingsproces bevinden, stelt medewerkers in staat hun onderwijs en onderzoek uit te oefenen als beroep en roeping, en bevordert actief de wetenschappelijke integriteit. Universiteiten belijden deze idealen minstens nog met de mond. Knoop daarbij aan en geef het goede voorbeeld, zoals de auteurs in deze bundel hebben gedaan. Verplichte kost voor ieder die aan de universiteit komt werken of studeren.

Wouter Sanderse & Evert van der Zweerde (red.) (2012) Denkruimte. Reflecties op universitaire idealen en praktijken. Nijmegen: Valkhof Pers, 168 p, € 15,95

Ruud Abma werkt aan de Universiteit Utrecht en publiceerde onlangs Over de grenzen van disciplines. Plaatsbepaling van de sociale wetenschappen (Nijmegen; Vantilt)

on donderdag, 16 februari 2012. Posted in Columns

Enig idealisme is mij niet vreemd. Ik doe graag vrijwilligerswerk dat anderen misschien nutteloos of verspilde moeite vinden. Ik stem meestal op een partij die, als ze eenmaal aan de macht zou komen, ervoor zou zorgen dat ik eerder meer, dan minder belasting ga betalen. En ik probeer in het dagelijks leven de wereld een klein beetje vriendelijker te maken. Een glimlach, de deur openhouden, goedemorgen zeggen als je een winkel binnenkomt. Levert niet direct iets op, behalve dan een goed gevoel.

Gabriël van den Brink maakt in ‘Eigentijds idealisme’ een analyse van wat er nog over is in Nederland van ons idealisme. Hij plaatst dit in het kader van een zoektocht naar Het Hogere. En daarmee maakt hij het zichzelf moeilijk, want zo’n term krijgt al snel wat religieuze connotaties en dat ligt in het post-verzuilde Nederland altijd nog gevoelig. Preken hoeven we niet meer te horen.

Dus wringt Van den Brink zich in bochten om het religieuze aspect van Het Hogere zoveel mogelijk te relativeren. Maar hoe treffend zijn portretten van gewone Nederlanders, die uit allerlei motieven zich inzetten voor een betere wereld, ook zijn; en hoe nauwgezet hij ook argumenteert dat er eerder meer, dan minder sprake is van ‘toewijding’ in Nederland, Van den Brink ontsnapt niet geheel aan de valkuil van het domineestoontje.

Ik moest aan Alain de Botton denken, die in ‘Religie voor atheïsten’ het omgekeerde doet. Hij associëert daarin vrijelijk op de positieve functies van religie, en weet wel een lichtvoetige toon te houden. Misschien komt het omdat De Botton religie niet zozeer ziet als een cognitieve fout, maar vooral als een emotionele behoefte.

Dat is iets wat ik zelf herken. Onbaatzuchtig anderen helpen geeft mij een goed gevoel. Niet omdat ik dan het gevoel heb dat ik mijn ‘hogere waarden’ aan het nastreven ben. Nee, het is veel simpeler: door de tastbare, praktische handeling ervaar ik op emotioneel niveau een verbondenheid met anderen.

Dat kun je, na uitgebreid onderzoek, het Hogere noemen. Belangrijker is, denk ik, dat je ernaar handelt, dichtbij, in ‘het Lagere’. En als je dan merkt dat het werkt, maakt het ook niet meer uit of je het nou religie noemt of niet.

- Hartger Wassink

on dinsdag, 27 december 2011. Posted in Columns

Qua popmuziek ben ik stil blijven staan in het midden van de jaren negentig. Het lukte me vanaf toen niet meer om namen van nieuwe bands, laat staan die van hun songs, te onthouden. Dat trof me als een gebrek aan ontwikkeling toen ik de playlists probeerde te begrijpen die die Sidney Vollmer in zijn debuut ‘Alles ruikt naar chocola’ afdrukte als muzikale illustratie bij sommige hoofdstukken. (Een playlist, beste lezers, is een lijst bewust gekozen liedjes, om af te spelen op je iPod. Een beetje zoals je vroeger een cassettebandje maakte waar je ‘Leuke liedjes’ op schreef.)

Vollmer heeft een roman geschreven vanuit het perspectief van een 19-jarige muzikant-op-doorbreken die probeert de lijn van zijn leven te hervinden na het verlies van zijn vader. Dat is niet eenvoudig, omdat zijn moeder naar zijn mening te snel een nieuwe vriend vind, zijn oudere broer–steun en toeverlaat–niet zo betrouwbaar blijkt als hij dacht en zijn vriendin zich meer om zichzelf bekommert dan om zijn verdriet.

De licht-ironische stijl waarin Vollmer schrijft, lijkt het handelsmerk van de jongere generatie, die ik–ik ben eerlijk–tot nu toe vooral een teken van een gebrek aan volwassenheid vond. Het is niet alleen die neiging om belangrijke gebeurtenissen te willen voorzien van verwijzingen naar muziek- en filmfragmenten. Waar ik tegenaan hik is vooral die vorm van (in mijn ogen) theatraliteit, die ik herken in Vollmers hoofdpersoon Tom: de neiging om zichzelf letterlijk en figuurlijk op een podium te plaatsen, en tegelijk te ironiseren in een paradoxale hang naar erkenning als genie en gewoon-aardig-gevonden-willen-worden.

Maar, bedacht ik me, is dit geen misplaatste jaloezie? Mijn generatie zou de wereld gaan verbeteren. Enige zwaarmoedigheid was ons niet vreemd, terwijl we, gehuld in vormeloze kleding, pogingen deden plastic bekertjes uit de schoolkantine te weren. Die bekertjes vallen nog steeds gratis uit automaten en inmiddels drijft er een plasticeiland ter grootte van Europa in de Grote Oceaan. Het heeft allemaal niets opgeleverd en met ironie heb ik nog steeds moeite.

Zwaarmoedigheid kennen Vollmer en zijn generatie ook. Het is goed beschouwd de voornaamste bron van Vollmers boek, maar hij geeft er een veel mooiere vorm aan dan mijn generatie zou kunnen. Zijn boek is, ondersteund door een iPad-app, een website en regelmatige Facebook- en Twitter-berichten, een ware multimediale performance. Michel Foucault droeg ons op ons leven vorm te geven als kunstwerk. Sydney Vollmer zou wel eens de voorman kunnen zijn van de generatie die die boodschap werkelijk begrepen heeft. Ik ga zijn playlists alsnog terugzoeken op Spotify.


on zaterdag, 10 december 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Onlangs kocht ik van Kees Fens antiquarisch een aantal vroege opstellen over literatuurkritiek, in Van Oorschots Stoa-reeks. In de bundel gaat Fens terug naar de bronnen van de Nederlandse literatuurkritiek, ergens in de 13e eeuw. De heersende norm destijds, verwoord door Jacob van Maerlant, was dat verzonnen verhalen 'logenlike saken' waren, en daarom geen literaire waarde hadden. Alleen het 'waarachtig gebeurde verdiende literaire bewerking', aldus Fens. Vorige maand kwam Connie Palmens tweede boek over een dode echtgenoot uit: Logboek van een onbarmhartig jaar. En, buiten de geboorte, welke meer waarachtige gebeurtenis bestaat er dan de dood?

on vrijdag, 25 november 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

De stem van de wetenschap.

Dat is in Nederland Robbert Dijkgraaf. Hij is ‘president’ van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) en mediageniek. Daarom komt hij in De wereld draait door. Matthijs van Nieuwkerk noemt hem daar jolig ‘de baas van alle wetenschappers in Nederland’. Dat is hij natuurlijk niet, maar wel een semi-bekende Nederlander. En door zijn toedoen zullen meer landgenoten dan ooit van de KNAW gehoord hebben, misschien zelfs Henk en Ingrid wel. Maar Dijkgraaf gaat naar de Verenigde Staten, waar hij directeur wordt van het Institute for Advanced Study in Princeton. Einstein is calling!

De stem van de wetenschap is ook de titel van een tweedelige geschiedenis van de KNAW, geschreven door de Groningse historicus Klaas van Berkel. Elk deel bestrijkt ruim een eeuw, want de Academie is in 1808 opgericht (als ‘Koninklijk Instituut’), op instigatie van koning Lodewijk Napoleon. Terwijl in die twee eeuwen zowel wetenschap als maatschappij drastisch veranderden, bleef de KNAW een oase van bezonkenheid, al wil dat niet zeggen dat er geen conflicten en spanningen waren.

Van Berkel suggereert dat Nederland en de wetenschap een wat moeizame verhouding hebben. Het kost in Nederland weinig moeite om de argwaan jegens gestudeerde types te activeren, zo schrijft hij, en zelfs hoger opgeleiden doen daar graag aan mee. Het mag nog een wonder heten dat Nederland maar net onder het Europees gemiddelde zit als het gaat om investeringen in de wetenschap (zie http://www.vsnu.nl/). De wetenschap heeft in Nederland kennelijk weinig gezag, en dat wordt er met de recente fraudegevallen niet beter op. Maar zonder wetenschap zaten we nog in de Middeleeuwen. Laat de KNAW nog maar even blijven, liefst met een nieuw en krachtig stemgeluid ten gunste van de wetenschap.

Klaas van Berkel (2011) De stem van de wetenschap. Geschiedenis van de KNAW Deel 2 1914-2008. Amsterdam: Bert Bakker, 680 pp., € 49,95. (Deel 1, uit 2008, over de periode 1808-1914, is antiquarisch te verkrijgen).

Ruud Abma is verbonden aan de Universiteit Utrecht. Op vrijdag 9 december presenteert hij in Roelants [LUX] zijn boek ‘Over de grenzen van disciplines’.

on zaterdag, 05 november 2011. Posted in Columns

Koos van Zomeren lees ik sinds zijn beroemde NRC-column, begin jaren ’90. ‘Nooit begrepen waarom meerkoeten meer koet zijn dan andere koeten’, schreef hij, en dat vond ik een mooie zin. Maar nu pas, in zijn nieuwe boek ‘Naar de natuur’, valt me iets op: hij spreekt alleen mánnen. Kent hij soms geen vrouwelijke biologen? Ja toch, één: een Vlaamse die ergens halverwege het boek opduikt. Maar die ene weegt niet op tegen al die anderen, die vooral ook zulke echt mannelijke biologen zijn. Over gevoelens praten ze niet. Daar heeft Van Zomeren een hekel aan, schrijft hij.
Ratio, en hoe die ons helpt onze positie tegenover 'natuur' te begrijpen. Daar gaat het dus over, dit boek. Met die mannelijke biologen staat Van Zomeren het liefst in een SBB-keet rond een pan nasi te filosoferen of het verdwijnen van de grutto nou als een gemis voor de Nederlandse natuur beschouwd moet worden of niet.
Het antwoord, dat kan ik alvast verklappen, komt niet. Van Zomeren weet het zelf ook niet goed. Want wat is natuur eigenlijk? Over 400 pagina's wordt die vraag verschillende malen gesteld. Het antwoord dat nog het dichtstbij komt: ‘alles zonder mensen’. Maar kunnen we daar wat mee? Want nog steeds kijken we dan antropocentrisch naar de verschijnselen om ons heen, met alle risico’s van dien.
Een sleutelpassage is misschien die op p. 145, waar hij zijn reflex aangaande natuur beschrijft: 'Wantrouwen, nee: scepsis, nee: een gevoel van verlies.' Ho, wacht: gevoel? Daar wilde hij het niet over hebben, toch?
Nu goed. Het is een echte Van Zomeren, dat is genoeg. De interessantste ontdekking in dit boek: zijn kennelijk jarenlange briefwisseling met Rudy Kousbroek. Ik wacht met smart op initiatief van de uitgever, of Van Zomeren zelf, om die uit te brengen. Horen we het ook eens van een ander, hoe we die Van Zomeren zélf eigenlijk begrijpen moeten.

Hartger Wassink

on maandag, 05 september 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Winstbejag
Column door Ruud Abma
5 sept. 2011

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum breekt in haar boek Niet voor de winst een lans voor kritisch denken en verbeeldingskracht. Prachtig, zult u denken, dit zijn menselijke vermogens bij uitstek, dus dat komt wel in orde. Nee, zegt Nussbaum, die vermogens moeten worden ontwikkeld en onderhouden. Daarvoor hebben we het onderwijs, van kleuterschool tot universiteit. De vakken die die kritische vermogens bij kinderen en jongeren moeten ontwikkelen worden echter overal ter wereld wegbezuinigd ten gunste van vakken die een bijdrage aan de economische groei kunnen leveren.

Onze eigen staatssecretaris Zijlstra belichaamt deze trend als geen ander: bezuinigen op de kunsten en extra geld geven aan de technische universiteiten, in een wanhopige poging om daar studenten binnen te halen en te houden. ‘Dit heeft Nederland nodig’, zegt hij in De Volkskrant van vanochtend, ‘Technisch-wetenschappelijke opleidingen met een goed studierendement en meer samenhang tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven’. Dat zal nog niet meevallen: blijkens een ander bericht in dezelfde krant floreert de zesjescultuur in het hoger onderwijs als nooit te voren.

Nu is het met Zijlstra gemakkelijk prijsschieten (daarvoor zit hij er ook, lijkt het soms), maar zelfs een door velen geachte politicus als Barack Obama valt bij Nussbaum door de mand. Aan de Amerikanen hield hij in een toespraak de Oost-Aziatische landen ten voorbeeld. Die doen het beter in natuurwetenschap en technologie. Hoe komt dat? Ze besteden ‘minder tijd aan het onderwijzen van zaken die er niet toe doen’ en veel beter dan de Amerikanen bereiden ze jongeren voor op een carrière. Oftewel, concludeert Nussbaum venijnig, wat er toe doet is voorbereiden op een carrière, bij voorkeur in vakken die de kansen van je eigen land in de technologische en economische competitie vergroten.

Een gemiste kans, stelt Nussbaum: de Verenigde Staten hebben met hun liberal arts model een uniek en voorbeeldig systeem om studenten een brede ontwikkeling te geven voor ze zich gaan specialiseren. Waarom is dat belangrijk? Vakken als geschiedenis, letteren en filosofie bevorderen een wereldburgerschap waarin collectieve bevordering van collectieve levenskwaliteit voorop staat. Hoe doen ze dat? Ze helpen jongeren onafhankelijk te leren denken – wat overigens ook voor het realiseren van economische doelen niet onbelangrijk is. Minstens zo belangrijk is leren zich te verplaatsen in medemensen met een totaal andere achtergrond. Voor deze twee doelen vormen de geesteswetenschappen en de kunsten het belangrijkste fundament. Afbraak ervan schaadt de democratie, aldus Nussbaum.

Ik denk dat Nussbaum gelijk heeft. Eén ding komt in haar soms nogal hooggestemde boek mijns inziens niet voldoende naar voren: het plezier in het hier en nu van studieuze en kunstzinnige activiteiten. Lees haar boek dus niet alleen om de erin vervatte boodschap, maar ook omdat het mooi geschreven is, een weldadige eruditie uitstraalt en dus direct bijdraagt aan de kwaliteit van het leven.

Martha Nussbaum (2011) Niet voor de winst. Het belang van alfa-onderwijs voor de democratie. Amsterdam: Ambo, 213 p, € 19,95.

Ruud Abma werkt aan de Universiteit Utrecht: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

on zaterdag, 27 augustus 2011. Posted in Columns

The Travel Bookshop

The Travel Bookshop sluit zijn deuren. De Londense winkel  werd beroemd door de film Notting Hill, met Hugh Grant en Julia Roberts. Schrijvers proberen de sluiting te voorkomen.
Dat melden diverse binnen- en buitenlandse media. De winkel heeft 32 jaar bestaan en vormde de inspiratie voor de succesvolle romantische komedie Notting Hill uit 1999, waarin boekverkoper Hugh Grant het aanlegt met actrice Julia Roberts. Door de film groeide de winkel uit tot een toeristische actie, maar dat leverde niet genoeg op. De winkel sluit over een week. De eigenaar was al sinds mei tevergeefs op zoek naar een koper. In mei zei een woordvoerder dat zijn volwassen kinderen geen belangstelling voor de winkel hadden.
Een groep auteurs heeft aangeboden ieder een dag per week in de winkel te komen werken als vrijwilliger, als een geldschieter die wil kopen. De actie is een initiatief van schrijfster Olivia Cole, die hem op Twitter startte. Tot op heden heeft nog geen enkele investeerder zich gemeld. Acteur Alec Baldwin, die in de film de vriend van Roberts speelt, steunt de campagne. Intussen is de opheffingsuitverkoop in volle gang. Alles mag weg voor de helft van de prijs. Het personeel is ontslag aangezegd. The Daily Telegraph meldt dat de winkel vorig jaar een verlies leed van 18.775 pond, 21.235 euro. De London Evening Standard maakte deze week melding van twee onbekende bieders uit de wereld van kunst en cinema, maar doordat eigenaar Simon Gaul niet reageerde lijken de onderhandelingen niet eens van start te gaan.
NRC Next schrijft dat de populariteit voor de winkel geen onverdeeld genoegen was. Klanten moesten zich een weg banen door hordes filmfans, die als ze al binnenkwamen geen boeken kochten en alleen op zoek waren naar souvenirs – die de winkel niet verkocht. De krant weet te melden dat oprichtster Sarah Anderson ontevreden was met het beeld van een ‘stoffige. Slechtlopende winkel’. De zaak was, zoals de naam al aangeeft, gespecialiseerd in reisboeken, zowel fictie als non fictie. Anderson verkocht The Travel Bookshop in 1986 aan Gaul.

on zaterdag, 23 juli 2011. Posted in Columns, Muziekbulletin

Zoals wel vaker met  ‘geschiedenis’ gebeurt, neemt de tijd ons graag een loopje. Men vergeet de oorzaak daarvan (->slecht onderwijs  danwel  geheugenverlies of een cocktail daarvan) òf men hokt dat, verkrampt en onmachtig,  in jaargetallen, kanonnen en  canonen, rassen  zelfs,  èn soorten. Geldt dat zeker ook voor jazzmuziek. Die oceaan der oren laat zich niet, al dan niet vergetel, alleen meten in dieptes, daden of platen, laat staan in normaantallen of  omzetstatistieken.

En voordat je het beseft  sta je dan te koekeloeren met je harde schijf van al je wetmatigheden en instrumenten. Nu is dat nooit helemaal verkeerd of zo. Maar ach, beste lezer, met enig fantastiek bewustzijn kan het leven zoveel aardiger zijn, zo veel onvergetelijk feestelijker schateren in de oren.


on dinsdag, 19 juli 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Binnen een jaar nadat A.F.Th. van der Heijden zijn zoon Tonio verloor, is het boek over het rouwproces dat hij daarna doormaakte, dit voorjaar verschenen. Dat is ongekend snel; voor gewone schrijvers, maar zeker voor Van der Heijden die een boek rustig tien jaar kan aankondigen voor het daadwerkelijk verschijnt. Blijkbaar wilde Van der Heijden zélf dit boek graag snel laten verschijnen, en dat hij zelfs geen bezwaar maakte tegen paginagrote advertenties om het boek te promoten, is voor mij voldoende legitimatie om er hier een oordeel over uit te spreken.

Het maakt het overigens wel makkelijker dat die beoordeling in mijn geval positief uitpakt. Ik werd bij het lezen teruggebracht naar de beginjaren van mijn studie, toen 'Advocaat van de hanen' net uit was. Ik heb goede herinneringen aan rokerige studentenkamers waar we over dat boek spraken, en over de twee eerder verschenen delen van De Tandeloze tijd, en speculeerden over het mysterieuze derde deel, lang aangekondigd als 'Sneeuwnacht in september', maar veel later pas onder een dubbele titel verschenen.

on vrijdag, 01 juli 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Nijmegen

De Bibliotheek Gelderland Zuid organiseerde de poëziewedstrijd
 "Dichterbij de Stad" voor een ieder die een boodschap had aan Nijmegen.
Gisteravond werd de winnaar bekend gemaakt en dat bleek ikzelf (Heidi) te zijn. Was het toch maar goed dat Annemarie mijn donderdagavond dienst bij Roelants had overgenomen!


Nijmegen
Jij strekt beide benen
uit eindelijk na zoveel
jaren opgehurkt armen om je
knieën geslagen
Nu laat je het water over je buik heen stromen
Zo groeien jouw nieuwe voeten aan
Even nog
en je wiebelt met je tenen
In jouw knieholte staat mijn nieuwe huis
waar het nog ruikt naar verf
Ik sta met mijn voeten in de rivierklei
Vanaf de waterkant kijk ik uit
naar jouw buik
waarnaar ik soms terug verlang
als naar mijn moeders schoot

on maandag, 30 mei 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

Tussen alle papieren in mijn tas zit al enige weken een envelop van een uitgever, met daarin een contract dat de voorwaarden omschrijft waaronder een artikel van mij in een vakblad zal verschijnen. De simpele plaatsing van een niet al te lang artikel in een vakblad met een bescheiden lezerskring blijkt aanleiding te kunnen geven voor een juridisch betoog dat langer is dan het artikel zelf. Mocht het er ooit van komen, dan zijn voor de uitruil van Joodse gebieden in de toekomstige staat Palestina waarschijnlijk nog minder bepalingen nodig. De vraag hoe ik dit artikel geplaatst krijg, zonder mijn handtekening onder dat ellenlange contract te zetten, schuif ik nog maar even voor me uit.

Ik moest hieraan denken bij het lezen van ‘Elsschot’, de biografie van Vic van de Reijt. Het is zonder twijfel een van de beste biografieën die de afgelopen decennia verschenen zijn. Van de Reijt is erin geslaagd de grote schrijver te eren met een biografie die hem rechtdoet. De biografie is zuinig en precies als de romans van Elsschot. Het boek wisselt zaken en schrijverij af, zoals Alfons de Ridder en Elsschot dat deden. Het beschrijft soms ernstige zaken in helder, relativerend en hier en daar humorvol proza, zoals Elsschot zelf, zonder diens stijl al te nadrukkelijk te willen kopiëren.

Ik kon een vergelijking met de biografie van een andere grote schrijver, waarvan nu twee delen verschenen zijn, niet onderdrukken. Waar Nop Maas streeft naar de definitieve biografie, daar dreigt zijn project te stranden in een onleesbare oceaan van feiten, gespeend van iedere ironie die juist Reves proza haar kracht gaven. Nog los van de onverkwikkelijke onenigheid die over het derde en laatste deel ontstaan is.

Van de Reijt’s biografie leerde me bovendien hoe om te gaan met ingewikkelde uitgeverscontracten. Als Alfons de Ridder ‘Lijmen’ uitgegeven wil krijgen bij uitgeverij de Wereldbibliotheek schrijft hij dat hij van harte hoopt ‘dat U niet langer zult aandringen op het teekenen van de mij toegezonden “verzekeringspolis”’. Het werkte: de uitgever haastte zich te antwoorden dat zij het eens waren en dat er niets getekend hoefde te worden. Zo kan het dus ook.

Hartger Wassink

on donderdag, 26 mei 2011. Posted in Columns, Muziekbulletin

Billie Holiday. ik hoor u dat al zuchten: aan haar zijn reeds zoveel woorden besteed. Zoveel syllaben vol apegapen. De illusie daaraan nog wat  verstandelijkst  toe te voegen...Inderdaad,  die gedachte laat ik bij voorbaat graag varen.

Billie Holiday heeft immers  bijna net zoveel aanroepnamen als de Heilige Maagd. Zozeer is zij de gehoorde icoon van de jazz en het leven daaraan. Het horen van haar naam doet ook mij immers meteen denken aan (o.a) smijtend het  liefhebben, vollevend en  lijdend, het  volledigst liefhebben levend gesmeten.

on zaterdag, 21 mei 2011. Posted in Columns, Boekennieuws

In 2009 werd het literaire wereldje in Nederland opgeschrikt door het verschijnen van De revanche van de roman, geschreven door de Amsterdamse hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde Thomas Vaessens. Volgens de kritiek probeerde Vaessens schrijvers de wet voor te schrijven: goede literatuur is geëngageerde literatuur, een echo van het pleidooi van Ton Anbeek uit 1981 voor meer 'straatrumoer' in de Nederlandse roman. Ook zou hij een populist zijn die alle kwaliteitscriteria voor de beoordeling van literatuur terzijde schoof.

Destijds volgde ik, als 'gewone' lezer van romans, de discussie van een afstandje. Nu de derde druk van Vaessens’ boek verschenen is (en het stof neergedwarreld), kon ik mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen: is het echt zo erg wat Vaessens beweert? Toch niet: inhoudelijk is het een nogal braaf boek. De auteur stelt een derde weg voor tussen het absolutisme van de 'humanistische' traditie (zeg: Kees Fens) en het doorgeschoten relativisme van de 'postmodernisten'. Voor die derde weg kiest hij de ongelukkige term ‘laatpostmodernisme’, toch een type label waarbij je als eenvoudige lezer geneigd bent af te haken.

on dinsdag, 10 mei 2011. Posted in Columns

Onze prijsvraag is terug!! Waar is deze foto genomen..? Mail het ons via Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. o.v.v. 'prijsvraag'. De eerste goede inzending krijgt een boekenbon (t.w.v. €10,- bij Roelants).

(Foto: Jaap Modder)